Een ellenlange discussie
- Niek Broekhof
- 23 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
December jongstleden was het weer tijd voor een oude koe om uit de sloot te worden getrokken. De discussie rondom lange gevangenisstraffen, gecombineerd met een Tbs-maatregel is een knoop die al langer vastzit in de maag van advocaten, psychiatrische experts en dergelijke. De situatie lijkt daarentegen niet beter te worden door de toenemende roep om vergelding vanuit de samenleving en de alsmaar stijgende maximumstraffen. Om nog maar te zwijgen over de wetswijzigingen die nog verder zout in de wonden strooien.[1]
Nu valt over het sanctierecht en de effectiviteit van straffen genoeg te spreken. Doch lijkt het mij wijs om het artikel te beperken tot de thematiek van combinatievonnissen. Om zodoende te kijken of er licht is aan het einde van de tunnel.

TBS & Combinatievonnissen
Het fenomeen tbs (terbeschikkingstelling) zal voor de meesten bekend zijn. Het is een beveiligingsmaatregel die zowel de behandeling van een veroordeelde dient, alsmede op het oog heeft om laatstgenoemde terug te doen stromen in de maatschappij. Wél met inachtneming van een achterliggende ratio, waarbij veiligheid van de maatschappij en de belangen van slachtoffers en nabestaanden moeten worden meegewogen.[2]
Voor de lezer wiens cursus materieel strafrecht ontgaan is. Tbs kan slechts worden opgelegd bij bepaald soort strafbare feiten, waarbij er een causaal verband bestaat tussen het gepleegde feit en een stoornis dat ten tijde van het delict aanwezig was. Uit het arrest Thijs H. blijkt dat het uiteindelijk aan de strafrechter is om hierover te oordelen, daarbij bestaat geen gebondenheid aan de adviezen van gedragsdeskundigen.[3]
Men spreekt van een combinatievonnis wanneer er sprake is van een optelsom, bestaande uit zowel een gevangenisstraf als een tbs-maatregel.[4] Vooruitblikkend, is het problematische van dit type vonnis dat bij een lange gevangenisstraf de behandeling van de veroordeelde uitblijft. Cijfers van de Raad voor de Rechtspraak uit 2022 laten zien dat hedendaags dit type vonnis, met inachtneming van een gevangenisstraf van twintig jaar of meer, maar liefst tweeënhalf keer zoveel wordt opgelegd als tien jaar daarvoor. Wanneer we nog verder terugkijken (de periode tussen 1960 en 1999) is het verschil maar liefst twaalf en een half keer zoveel.[5]
Straf naar mate van schuld
Men kan zich afvragen hoe dergelijke combinatievonnissen zich verhouden tot leerstukken zoals verwijtbaarheid van de dader. Immers, een tbs-maatregel kan slechts worden opgelegd indien de thans veroordeelde (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar wordt geacht. Oftewel de veroordeelde was niet in zijn volledigheid verwijtbaar voor het gepleegde feit.[6] Op welke manier kan een combinatievonnis dan nog worden gelegitimeerd?
Kort gezegd vinden mantra’s als “straf naar mate van schuld” en “geen straf zwaarder dan schuld” geen aansluiting in het recht aldus de Hoge Raad. Voortvloeiende onder andere uit het welbekende zwarte ruiter-arrest. Hetgeen dan ook al jaren uitmaakt van de vaste jurisprudentie. De mate van schuld is niet het enige aspect binnen een strafzaak die bij de beoordeling en strafmaat een rol dient te spelen. Te denken valt aan omstandigheden van feitelijke aard zoals de geschokte rechtsorde.[7]
Kritiek
Zoals kort benoemd is, zijn combinatievonnissen met een lange gevangenisstraf niet onomstreden. Deskundigen en advocaten betwisten al langer de effectiviteit van de behandeling in de tbs na een decennialange gevangenisstraf.[8] De kern van de behandeling bestaat als het ware uit een ‘herleving’ van het moment van plegen. De psychische gesteldheid, motieven, emoties en eventuele voorgeschiedenis staan centraal om in het vervolg recidive te voorkomen. Logischerwijs zullen deze herinneringen in de vergetelheid raken naarmate de tijd vordert. Bovendien is de gevangenis omgeving hard en leert men zich af te sluiten voor emoties.[9] Terwijl, zoals reeds omschreven, openheid van zaken benodigd is om inzichten te verwerven. In de praktijk komt het erop neer dat een lang bestaan in de gevangenis in de weg staat van een later herstel.
Er bestaat echter een mogelijkheid tot plaatsing in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC).[10] Dat is een speciaal type penitentiaire inrichting waar “zorg” kan worden geboden aan mensen met een stoornis. Toch kan men deze zorg niet gelijkstellen aan de zorg die wordt geboden binnen de tbs. De behandeling in een PPC is gericht op stabilisering, vaak middels medicatie indien hier noodzaak voor is.[11]
Op basis van het bovenstaande komt het doel van de maatregel onder druk te staan. Als men niet meer goed kan vaststellen of de veroordeelde gebaat is met een behandeling in de tbs-kliniek, hoe kan men dan nog de samenleving beschermen door middel van behandeling?
Mogelijke oplossingen
Naar mijn idee doen lange gevangenisstraffen, gecombineerd met een tbs-maatregel, geen recht aan de ratio van het systeem. Het is wenselijk om de tijd in detentie te verkorten. Helaas lijkt voorts op korte termijn nog weinig te veranderen. Wat kan men doen om de status quo te verbeteren?
Allereerst bestaan bevoegdheden voor de minister van Justitie en Veiligheid om te besluiten dat een veroordeelde dient te worden overgeplaatst naar een tbs-kliniek. Daarnaast kan de strafrechter bij een combinatievonnis een advies laten opnemen om na een bepaalde tijd over te gaan op de behandeling. Een bevoegdheid waar in de werkelijkheid weinig gebruik van wordt gemaakt. In de weg aan deze oplossingen staat de vernieuwde VI-regeling. Een minister kan slechts verlof verlenen na de datum van de voorlopige invrijheidstelling. Een wetswijziging, inhoudende het buitenspel zetten van de VI-regeling bij combinatievonnissen, zou een uitweg kunnen bieden om de verlofregeling bruikbaar te maken.[12]
Een andere oplossing voor de huidige problematiek betreft de Fokkensregeling. Voor veel auteurs binnen de doctrine is dit een stokpaardje waar naar wordt verwezen als het gaat om potentiële remedies. De Fokkensregeling trad in werking in 1997, en is later in 2010 door Hirsch Ballin afgeschaft. Dit vanwege de vergeldingsdrang vanuit de maatschappij, waar de politiek helaas voor zwichtte.[13] Inhoudelijk bracht de regeling teweeg dat na één derde van de gevangenisstraf mogelijk werd om over te gaan op de behandeling. Ergo, een regeling die vandaag de dag een heroverweging verdient.[14]
Slot
Concluderend is er vanuit de praktijk veel commotie om de huidige toestand van combinatievonnissen. Vanuit vergeldingsdrang en politieke druk zijn maatregelen genomen die niet stroken met de achterliggende ideeën van de tbs-maatregel. Er zijn mogelijkheden om de status quo te beteren, dit vergt echter de politieke wil om de wet te wijzigen.
[1] Verspeek 2025. Een voorbeeld van een artikel dat de discussie deed opleven.
[2] Knoester & Boksem 2020, p. 241.
[3] Janssen & Van Mulbregt 2025, p. 2.
[4] Van Kuijck 2019, p. 1.
[5] Janssen & Van Mulbregt 2025, p. 6.
[6] Van Kuijck 2019, p. 1.
[7] Van Kuijck 2019, p. 1.
[8] Knoester & Boksem 2020, p. 242.
[9] Knoester 2025.
[10] Ummels 2024.
[11] Van Kuijck 2019, p. 1.
[12] Janssen & Van Mulbregt 2025, p. 7-9.
[13] Van Kuijck 2019, p. 1-2.
[14] Janssen & Van Mulbregt 2025, p. 2.
