top of page

Onbekend maakt onbemind? KVJJ, doe er wat mee!

De Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd (KVJJ) zijn een nieuwe alternatieve vorm van vrijheidsbeneming voor jeugdigen die met het jeugdstrafrecht in aanraking komen. Ondanks het feit dat de uitgangspunten door alle betrokkenen in de jeugdstrafrechtketen worden onderschreven en de beschikbaarheid van personeel geen probleem is, valt de instroom tegen. Coosje Peterse, advocaat jeugd(straf)recht, gaat in op de achtergrond van de KVJJ's en pleit ervoor om het bestaan van KVJJ's bij alle betrokkenen voorop het netvlies te krijgen.Zou het uitgangspunt niet moeten zijn 'elke jeugdige wordt in een KVJJ geplaatst, tenzij...'?

'Geen tralies, geen ijzeren hekken, slechts een grote groene stevige deur, dat is de entree naar een jeugdgevangenis van het Leger des Heils in de Haagse wijk Transvaal. Maar ook al lijkt het niet op een gevangenis, het is er toch wel echt één.'


Zo begint aflevering 2 van 14 februari 2023 van Noordwest de podcast, die een kijkje geeft achter de deur van de Kleinschalige Voorziening voor Justitiële Jeugd (KVJJ) in Den Haag. Deze luisterwaardige podcast is gemaakt om meer bekendheid te geven aan deze nieuwe, alternatieve vorm van vrijheidsbeneming van jeugdigen die met het strafrecht in aanraking komen. In de Haagse wijk Transvaal staat één van de vijf KVJJ’s die ons land momenteel telt. De andere vier staan in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen en Venlo. In deze KVJJ’s kunnen jongeren geplaatst worden die in voorlopige hechtenis zijn gesteld in verband met de verdenking van het plegen van een strafbaar feit. Ook jongeren in de laatste fase van hun jeugddetentie of PIJ-maatregel kunnen met het oog op hun resocialisatie hier geplaatst worden.


De KVJJ’s zijn laagbeveiligde instellingen, die midden in de maatschappij staan. Geen hoge hekken en detectiepoortjes, wel een stevige deur, betrokken personeel en relationele beveiliging. Beveiliging die niet zozeer bestaat uit tralies, maar veel meer uit sociale controle. De jeugdigen volgen een op maat gemaakt strak dagprogramma, waar hun netwerk bij betrokken wordt. Zo kunnen ze bijvoorbeeld naar hun eigen school blijven gaan. Maar het blijft wel vrijheidsbeneming en ’s avonds gaat de kamerdeur op slot. Het Ministerie van Justitie (Dienst Individuele Zaken (DIZ)) plaatst een jeugdige in een KVJJ na een verzoek van deRaad voor de voor de Kinderbescherming (of Reclassering Nederland bij 18+-ers), de JJI of de jeugdige zelf. Voor plaatsing in de KVJJ zijn een plaatsingsproces en plaatsingscriteria opgesteld.[1] Als het OM niet akkoord is (bijvoorbeeld vanwege de ernst van de verdenking, het recidive-risico of het onderzoeksbelang), zal een jeugdige niet in de KVJJ geplaatst worden.


De KVJJ’s komen voort uit het programma Verkenning Invulling Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd (VIV JJ). De Minister van Rechtsbescherming startte dit in 2015 naar aanleiding van de dalende instroom van jongeren in de bestaande jeugdgevangenissen en de complexere problematiek van de justitiële jeugdigen. Er moest meer maatwerk komen in de mate van beveiliging, behandeling en nazorg. Na een pilotfase met drie kleinschalige voorzieningen heeft het programma Vrijheidsbeneming op Maat (VOM) vanaf 2019 de aanzet gegeven tot de ontwikkeling van nu vijf KVJJ’s.[2] Daarnaast worden de bestaande jeugdgevangenissen (JJI’s) omgevormd tot Forensische Centra Jeugd (FCJ).


De ontwikkeling van de KVJJ’s past in de uitgangspunten van het jeugdstrafrecht. Dit staat immers in dienst van de opvoeding, herintegratie en stimuleren van een opbouwende rol in de samenleving van de jeugdigen.[3] Vrijheidsbeneming geldt als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke termijn.[4]


Als vrijheidsbeneming toch noodzakelijk is, moeten zorg, behandeling en beveiliging maximaal bijdragen aan de ontwikkeling van de jeugdige en het voorkomen van recidive. Door een detentie achter de hoge hekken van de reguliere JJI wordt een jeugdige een tijd helemaal uit de maatschappij getrokken. Soms is dat nodig. Maar in de gevallen waarin vrijheidsbeneming nog wel maar een hoog hek niet (meer) nodig is, zijn de jeugdige en zijn omgeving veel meer bij gebaat bij begeleiding om zijn plekje in de maatschappij weer op te pakken. Zijn leven wordt dan niet helemaal ‘on hold’ gezet.


Op dit moment staan de JJI’s onder grote druk. Ze kampen met grote personeelstekorten en steeds alarmerendere inspectierapporten over de veiligheid en het behandelklimaat.[5][6] Tegelijkertijd blijft in de KVJJ’s die juist wél voldoende personeel hebben, de instroom achter.[7][8] Dit lijkt met elkaar in tegenspraak. Hoewel de betrokken ketenpartners de positieve elementen van de KVJJ’s onderschrijven, blijkt het nog lastig om de KVJJ’s te vullen. Maakt onbekend onbemind?


De Amsterdamse KVJJ heeft een hogere bezettingsgraad dan de andere KVJJ’s. Deze KVJJ bestaat al sinds de pilotfase (op hetzelfde moment waarop de JJI in Amsterdam sloot). De Amsterdamse keten was daardoor al meer bekend en gewend aan deze vorm van vrijheidsbeneming. Wat daarbij meespeelt is dat in de pilotfase in Amsterdam het de rechter was die de jeugdige bij het bevel tot voorlopige hechtenis kon plaatsen in een KVJJ op grond van artikel 493 lid 3 Sv. Hiermee stond de mogelijkheid van plaatsing in de KVJJ duidelijk op de kaart. Deze plaatsingsbevoegdheid heeft de rechter nu niet meer. Er is voor gekozen om aan te sluiten bij de brede systematiek van de Beginselenwet Justitiële Jeugd (BJJ). Het is de rechter die de beslissing tot vrijheidsbeneming neemt, maar de minister die over de tenuitvoerlegging gaat. Lijkt de rechter-commissaris, die de jeugdige zelf spreekt en alle informatie wikt en weegt, waaronder een advies van de Raad voor de Kinderbescherming, niet de meest aangewezene om te beslissing tot plaatsing in de KVJJ te nemen? Hij beslist nu immers ook al over huisarrest of nachtdetentie.


Hoe het ook zij, het lijkt er in ieder geval op dat het bestaan van de KVJJ’s nog meer moet landen in de jeugdstrafrechtketens in de betreffende regio’s. Mogelijk is de leegstand te wijten aan het feit dat plaatsingsverzoeken niet worden ingediend omdat de betrokkenen onvoldoende op de hoogte zijn van de KVJJ en de plaatsingsprocedure. Of omdat men (te voorbarig?) inschat dat het plaatsingsverzoek toch niet zal worden ingewilligd. Of omdat de verdenkingen zo zwaar zijn. Of omdat - na plaatsing in de JJI- er geen aandacht of tijd meer is voor de mogelijkheid van een overplaatsing (bijvoorbeeld als er een dagprogramma is of als de beperkingen zijn opgeheven). Of omdat in de resocialisatiefase van de PIJ-maatregel de mogelijkheid van de KVJJ nog niet op het netvlies staat. Of omdat het de medewerkers aan tijd ontbreekt om (tijdig) een overplaatsingsverzoek te doen. De ontwikkeling van de KVJJ’s wordt gedurende twee jaar gemonitord.[9] Hopelijk volgt daaruit waarom er nu nog onbenutte ruimte is in de KVJJ’s.


Wel is de afgelopen maanden al vastgesteld dat er nog onduidelijkheid heerste over de plaatsingscriteria. Deze zijn recent herijkt. Het aantal harde contra-indicaties is sterk teruggebracht. Er is meer weging en daardoor meer maatwerk mogelijk. Het is in ieder geval van belang dat alle betrokkenen van het bestaan en de mogelijkheden van de KVJJ op de hoogte raken en in elke fase van het strafproces de samenwerking zoeken om een plaatsing in die gevallen waar het passend is, mogelijk te maken. Hierin ligt natuurlijk ook een taak voor de jeugdrechtadvocaat, die dit kan stimuleren. De KVJJ moet bij iedereen op het netvlies komen. Een inkijkje geven via een podcast, zoals Noordwest de podcast, helpt daarbij.


Dat de KVJJ al steeds meer op het netvlies komt, blijkt wel uit een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag, die bij de strafmotivering van een geschorste jeugdige overweegt dat het zich wel kan voorstellen dat het passend zou zijn indien de verdachte zijn onvoorwaardelijke jeugddetentie in een KVJJ doorbrengt, zodat hij zo goed mogelijk in staat wordt gesteld zijn Havo diploma te halen.[10]


Positief is ook dat de Tweede Kamer recent een motie heeft aangenomen die oproept om preventief gehechte jongeren zoveel mogelijk in een KVJJ te plaatsen.[11] Maar het uitgangspunt 'als vrijheids-beneming dan toch noodzakelijke is, dit plaats vindt in een KVJJ, tenzij…' zou nog beter zijn. Dan pas zou het echt naadloos in de uitgangspunten van het jeugdstrafrecht passen. Natuurlijk moet dan wel elke regio een KVJJ krijgen. Want alleen op deze manier kan iedere jeugdige na een criminele misstap zonder detentieschade zijn leven weer oppakken.

Comments


bottom of page